
10 Jaar Leidschendam-Voorburg
Op 1 januari 2002 ontstond de gemeente Vlietstede. Tenminste, dat was wat iedere inwoner dacht. Die naam Vlietstede was immers tot stand gekomen na suggesties van vele honderden burgers over de naam van de nieuwe gemeente die zou ontstaan na samenvoeging van Voorburg en Leidschendam. Eén dag later kon het resultaat van het interactieve proces met de inwoners reeds in het graf bijgezet worden. Op voorstel van de VVD-fractie koos de nieuwe gemeenteraad voor de 'voorlopige' naam Leidschendam-Voorburg in plaats van Vlietstede. De reeds gedrukte gemeentegids 2002 met daarop de naam Vlietstede geldt sindsdien als een ‘collector's item’.
Nu, tien jaar later, is er alle aanleiding om stil te staan bij de totstandkoming van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Niet zozeer om terug te kijken, maar vooral naar wat de gemeente op dit moment is en aan haar inwoners te bieden heeft. Te meer omdat ik de laatste tijd een zekere humeurigheid bespeur. Wie de laatste weken de publiciteit in de huis-aan-huis bladen leest, moet wel haast het gevoel krijgen dat de burgers weinig met de fusiegemeente op hebben. Vanuit Voorburgse hoek wordt het gevoel geventileerd dat Voorburgers niets met Leidschendammers hebben, laat staan met Stompwijkers. En omgekeerd. Wie het artikel in Elsevier's Weekblad van medio december leest, moet wel het beeld krijgen dat zich Hoekse en Kabeljauwse twisten tussen de beide kernen van onze gemeente afspelen. De Voorburgers vinden dat alle voorzieningen naar Leidschendam verhuizen; de Leidschendammers hebben het gevoel dat Voorburg in alles overheerst. Afhankelijk van waar je woont, vindt men blijkbaar dat het gemeentebestuur alleen maar oog heeft voor de ene of voor de andere woonkern..
Nou heb ik ooit op een management cursus geleerd dat 'gevoel' altijd waar is en dat je gevoelens dus serieus moet nemen. Maar zou dat dan betekenen dat het gemeentebestuur in beleidsmatige of uitvoerende zin onderscheid zou maken tussen de kernen Voorburg, Leidschendam en Stompwijk?!? Daar moet ik toch echt mijn eigen gevoel tegenover zetten. En dat niet alleen, ik zal het hieronder ook beargumenteren. Ik durf met de hand op mijn hart te stellen dat in de bijna zes jaar dat ik wethouder ben, nooit is gediscrimineerd – niet in positieve en niet in negatieve zin – tussen de drie woonkernen die onze gemeente telt. Alle drie Colleges die sinds 2002 aan het roer hebben gestaan hebben zich altijd laten leiden door de problemen die opgelost moesten worden, ongeacht of die zich nou in Voorburg, Leidschendam of Stompwijk voordeden.
Dat wil niet zeggen dat de Colleges en Gemeenteraden geen oog hadden of hebben voor het verschil in identiteit tussen de drie woonkernen, want dat werd én wordt wel degelijk onderkend. Die verschillen in identiteit worden echter vaak groter gemaakt dan ze in werkelijkheid zijn. Toen ik enkele jaren geleden met de binnensportverenigingen sprak over samenwerking en concentratie, bleek dat de ledensamenstelling qua woonplaats reeds zeer gemengd was. Inmiddels zijn verschillende vrijwilligers- en professionele organisaties die vroeger in beide kernen bestonden eveneens samengevoegd, met veel krachtiger organisaties tot gevolg. Leidschendammers en Voorburgers blijken dus uitstekend met elkaar te kunnen samenwerken binnen één organisatie of vereniging, zo blijkt in de praktijk. Hoe zou het ook anders kunnen als 95 procent van de 72.500 inwoners een oppervlakte deelt van nauwelijks 4 kilometer doorsnede?
Het zal best zo zijn dat een deel van onze inwoners sinds de fusie iets van de 'couleur locale' en de eigenheid van hun vroegere gemeente mist. Maar er zijn volgens mij ook goede argumenten om het tegenovergestelde te voelen. Na zowel een aantal jaren voor de fusie als nu 10 jaar na de fusie betrokken te zijn geweest bij de gemeentelijke politiek, ben ik er van overtuigd dat onze inwoners overwegend veel baat hebben gehad bij de samenvoeging van de voormalige gemeenten Leidschendam en Voorburg. De gemeente scoort vrij hoog in allerlei vergelijkende onderzoeken naar effectieve en efficiënte gemeenten. Of het nou de dienstverlening betreft of de staat van de bedrijfsvoering, de beschikbare voorzieningen, de ondervonden veiligheid en leefbaarheid, de bereikbaarheid met auto, fiets en openbaar vervoer, of de kwaliteit van de woningen en de openbare ruimte en het groen, etcetera. In allerlei enquetes gedurende de afgelopen tien jaar hebben ook de inwoners zelf de gemeente altijd een ruime voldoende gegeven. De verhuisgeneigdheid is klein, mensen willen graag in onze gemeente blijven wonen. De gemeentelijke samenvoeging heeft daar geenszins afbreuk aan gedaan, integendeel. En dit alles terwijl de gemeentelijke lasten voor onze inwoners en bedrijven, zeker regionaal maar ook landelijk, redelijk beperkt zijn gebleven. Zeker afgezet tegen het gemiddelde hoge inkomens- en opleidingsniveau dat onze inwoners kenmerkt of tegen in omvang en samenstelling vergelijkbare gemeenten (zie www.coelo.nl).
Natuurlijk is een goede gemeente niet altijd het resultaat van de fusie of de verdienste van bestuurders. Het is altijd een wisselwerking tussen bestuurders, inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. En de burgers hebben iedere vier jaar gelukkig de kans om hun eigen conclusie over het bestuur te trekken en het laatste oordeel te vellen. Naar mijn oordeel is in onze gemeente de afgelopen jaren sprake geweest van een hoge mate van bestuurlijke stabiliteit. En zijn de opeenvolgende besturen slagvaardig geweest als het ging om het realiseren van nieuwe voorzieningen en noodzakelijke investeringen. Terwijl tegelijkertijd zeer sober en verstandig met de gemeentelijke financiën is omgegaan. In financieel opzicht is onze gemeente zeer gezond en er hoeft door de tijdig getroffen maatregelen ook niet worden gevreesd voor de toekomst. Wie denkt dat dit allemaal vanzelfsprekend is, verwijs ik naar het recente proefschrift van de Bussumse burgemeester Milo Schoenmaker, die onder de titel “Bestuurlijk gedonder” een aantal gemeenten met minder gelukkige bestuurlijke toestanden onder de loep heeft genomen.
De strategische keuze ruim 10 jaar geleden om Voorburg en Leidschendam samen te voegen is per saldo positief uitgepakt. De 'gevoelde' afstand tussen burgers en politiek door de schaalvergroting is misschien wat groter geworden. Daardoor lijkt er soms minder begrip voor maatregelen die voor de ene woonkern anders uitpakken dan voor de andere. Van een groot probleem is in onze gemeente op dit vlak mijn inziens volstrekt geen sprake. De mogelijkheden om de weg naar de politiek te vinden in onze gemeente waren en zijn nog steeds bijzonder groot. En de lijntjes tussen inwoners en politici zijn als het nodig is zeer kort, wat de verstandhouding zeker ten goede is gekomen. Recente uitlatingen van enkele burgers in de media die anders veronderstellen zijn wat dat betreft echt ten onrechte. En doen de gemeente – inclusief de verschillende woonkernen - meer schade dan zij vermoeden.
Natuurlijk kan er nog veel verbeterd worden aan onze gemeente, ook aan de relatie bestuur en burgers. Een ruime voldoende is per slot van rekening nog geen 8, laat staan een 9. Het zou mij echter een lief ding waard zijn als burgers en ondernemers niet alleen de negatieve, maar ook de veel meer aanwezige positieve aspecten benadrukken. En de verbeteringen met elkaar bewerkstelligen. Ik zou derhalve willen bepleiten dat burgers en gemeente met elkaar in gesprek gaan als er iets dwars zit, in plaats van hun gram te spuien in de media en narrig naar elkaar te zijn.
Burgers mogen van hun bestuurders verwachten dat zij voorkomende problemen op een rationele en efficiënte wijze aanpakken en oplossen. En dat zij de inwoners zoveel mogelijk betrekken bij de gemaakte keuzes en bereid zijn tegenover diezelfde burgers verantwoording af te leggen. Gevoelens van inwoners en woonkernen die zich tekort gedaan voelen, moeten daarbij zeker worden betrokken. Maar bestuurders die zich alleen maar laten leiden door vermeende gevoelens en gekleurde voorkeuren van inwoners, of meer kijken naar het belang van een woonkern dan naar het belang van de gehele gemeente, zijn geen lang leven beschoren. Het zijn de inwoners die dan van een koude kermis thuiskomen, of je nou in Voorburg, in Leidschendam of in Stompwijk woont!
Ik wens u allen een goed gevoel in 2012!

